kapvergunning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kap·ver·gun·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kapvergunning kapvergunningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kapvergunning v

  1. officiële toestemming voor het vellen van een boom of bos
    • De Bomenridders moeten dus altijd alert zijn. In hun bijna twintigjarig bestaan hebben ze honderden, misschien wel duizenden bomen voor kappen behoed. Sinds twee jaar hoeven natuurlijke personen - in tegenstelling tot rechtspersonen - geen kapvergunning meer aan te vragen als in hun eigen tuin een boom in de weg staat. Dit heeft, volgens assetmanager groen Tony Pipping, „voor zover wij kunnen nagaan niet tot kaalslag geleid in particuliere tuinen. Mensen zetten gelukkig niet massaal de zaag in hun bomen.” [1] 
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Frank van Dijl 14 oktober 2016