kameelhaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·meel·haar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kameelhaar
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kameelhaar o [2]

  1. het haar van een kameel
    • De dekens bestaan uit fijne schapenwol of kameelhaar. Zij zijn in ongeverfde natuurbruine kleuren voorhanden en zijn, bij groote lichtheid, zeer warm. [3] 
    • Maar ook aan de mannen werden alle sieraden ontnomen, en zilveren gordels, en jakken van zijde of kameelhaar. [4] 


Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen