kaarsrecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaars·recht
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen kaarsrecht
verbogen kaarsrechte
partitief kaarsrechts

Bijvoeglijk naamwoord

kaarsrecht

  1. zo recht als een kaars, zonder enige bocht of buiging
    • De lange en kaarsrechte polderweg was slaapverwekkend voor de automobilisten. 
    • Hoe vaak heb ik het niet gezegd: rug recht. Je rug kaarsrecht houden. En als een prinses moet je staan.' Nu nam de balletjuf de houding van een prinses aan. Ze strekte haar rug, drukte haar borsten naar voren, strekte haar nek als een giraffe, draaide haar armen in een elegante cirkel. Tot ze onbeweeglijk stond te stralen als een wassen beeld. Van een levende juf was ze overgegaan in een levenloze pop. Met veel ontzag keken we naar haar. Niemand durfde iets te zeggen. Maar dat was ook niet de bedoeling, natuurlijk. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 144
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be