jeugdkoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jeugd·koor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jeugdkoor jeugdkoren
verkleinwoord jeugdkoortje jeugdkoortjes

Zelfstandig naamwoord

jeugdkoor o

  1. (muziek) zangkoor van jongeren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.