Naar inhoud springen

jab

Uit WikiWoordenboek
  • jab
enkelvoud meervoud
naamwoord jab jabs
verkleinwoord

dejabm

  1. (sport) (vechtsport) directe stoot met de voorste arm (bij rechtshandigen, die het linkerbeen voor zetten: de linker arm)
     De training is technisch. Opstoot met links, rechts een jab, links een hoek, rechterknie, rechts jab, links hoek, low kick rechts. En opnieuw. Driss bokst al vier jaar en heeft er zichtbaar lol in.[2]
  1. jab op website: Etymologiebank.nl
  2. Anne-Martijn van der Kaaden
    “Zeker na Ajax-Maccabi voelen inwoners van Amsterdam Nieuw-West zich achtervolgd door het debat over integratie: ‘Wij hebben het weer gedaan’” (1 januari 2025) op nrc.nl op Wikipedia


  • Eigenlijk hetzelfde woord als job, uit het Schots overgenomen met een nieuwe betekenis
enkelvoud meervoud
jab jabs

jab

  1.  por zn ,  steek zn ,  stoot zn 
vervoeging
onbepaalde wijs to  jab 
he/she/it  jabs 
verleden tijd  jabbed 
voltooid
deelwoord
 jabbed 
onvoltooid
deelwoord
 jabbing 
gebiedende wijs  jab 

jab

  1. overgankelijk, onovergankelijk een por/steek geven,  porren ww ,  steken ww ,  stoten ww 
  2. overgankelijk bespotten, de draak steken met