interfase
Uiterlijk
- in·ter·fa·se
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | interfase | interfasen interfases |
| verkleinwoord | interfasetje | interfasetjes |
de interfase v
- (biologie) ruststadium tussen opeenvolgende mitotische celdelingen
- Het woord 'interfase' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.