insluizen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slui·zen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

insluizen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
insluizen
sluisde in
ingesluisd
zwak -d volledig
  1. overgankelijk geleidelijk doelbewust naar binnen brengen
    • De politiek heeft vooral uitgehaald naar de keuringsartsen — er is nog steeds geen vertrouwen dat zij alleen mensen die écht arbeidsongeschikt zijn de WAO insluizen. [1] 
    • Ik heb de afgelopen weken niet meer zo gelachen. Bij voorbeeld over de hartekreten van premier Pavlov. Nonsens, dat is mijn enige antwoord. Hij wil zijn eigen verwarring verbergen, het fiasco van zijn eigen geldhervorming die niets heeft opgeleverd. Hij denkt dat de mentaliteit nog dezelfde is als medio jaren vijftig, zodat hij dus weer aan kan komen met het verhaal dat "de vijand" hier geld wil insluizen. Nonsens, allemaal nonsens, van begin tot eind. [2] 
    • "De minister wil vermomde spionnen naar de universiteiten sturen!" meldde onlangs de Oostenrijkse staatsomroep ORF opgewonden. De discussies over hervorming van de Oostenrijkse universiteiten was tot dan toe traag verlopen, maar de Oostenrijkse minister van wetenschap, Caspar Einem, gaf het debat eindelijk vaart toen hij in een interview met de Weense krant Der Standard iets mompelde over "insluizen van controleurs in de collegezalen". [3] 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen