inlassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·las·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inlassen
laste in
ingelast
zwak -t volledig

Werkwoord

inlassen

  1. overgankelijk iets in een bestaande reeks tussenschuiven
    • Er werd een korte pauze ingelast. 
  2. (elektrotechniek) het toevoegen van een elektrische installatie in een netsectie, waarbij de netsectie gesplitst wordt
    • Er werd een middenspanningsruimte ingelast. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.