huzarenstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·za·ren·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huzarenstuk huzarenstukken
verkleinwoord huzarenstukje huzarenstukjes

Zelfstandig naamwoord

huzarenstuk o

  1. een (te) moedige, kranige, stoutmoedige, spectaculaire geslaagde daad
    • Zestien was ik en ik wist van niets. Moest je me nu zien, zeven jaar later, in het centrum van de macht. We waren in oorlog. Morten had Nederland met zoveel mogelijk middelen de strijd in gesleurd, maar het heropvoedingseiland was onbetwist zijn huzarenstuk. [1] 
    • Holly komt naast me staan aan het begin van de piste, gemarkeerd met vlaggen die in de mist verdwijnen. In een volmaakte wereld zal ze zeggen: 'Hé, waarom skiën we niet samen naar beneden?' Oké; zegt ze. `Vanaf hier scheiden onze wegen. Doe voorzichtig, blijf tussen de stokken en probeer geen huzarenstukjes uit te halen:[2]  
Synoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Levander, Anna Mo De Morten Trilogie deel 2 2015 ISBN 9789021456706 pagina 159
  2. Mitchell, David Tijdmeters Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema 1988 ISBN 978-90-468-1748-3 pagina 154