huiswarming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·war·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huiswarming huiswarmingen
verkleinwoord huiswarminkje huiswarminkjes

Zelfstandig naamwoord

huiswarming v

  1. onvormelijk feest in een nieuwe woning om deze in te huldigen
Synoniemen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.