hoopvol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoop·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hoopvol hoopvoller hoopvolst
verbogen hoopvolle hoopvollere hoopvolste
partitief hoopvols hoopvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

hoopvol

  1. veel hoop gevend
    Dat de koorts zakte bij het zieke kind was een hoopvol teken voor de heel bezorgde ouders.
Vertalingen