hoofdtaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·taal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdtaal hoofdtalen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoofdtaal v/m [1]

  1. de belangrijkste of officiele taal van een land
    • Hier moeten families, vriendengroepen en stellen zich een week of langer thuis voelen en zich tegoed doen aan een overvloed aan eten en drinken. Zoals het echte Fransen betaamt, hebben ze hun taal in de meeste clubdorpen – momenteel 71 op vier continenten – ingevoerd als hoofdtaal. Hier geen ‘iyi akºamlar’, maar ‘bon soir’ dat ons om de oren vliegt.[2] 
    • In 31 landen is Frans de hoofdtaal, niet alleen in Europese landen maar ook in Afrika en Canada. In totaal spreken ongeveer 110 miljoen mensen Frans. Hiermee komt de taal op de 15de plaats in de wereld.[3] 
    • Waar je Catalanen die onafhankelijkheid willen nooit over hoort, is dat het Catalaans ook de hoofdtaal is in de Spaanse deelstaten Valencia en de Balearen. Dat geldt ook voor kleine gebiedjes in twee andere Spaanse regio's. Afscheiding van Spanje betekent dus ook afscheiding van een groot deel van de taalgenoten. Wat de zegeningen daarvan zijn, is me een raadsel.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf ANNEMARIE MOERMAN 19 sep. 2013
  3. Tubantia Sanne Riepema 20-MAART-2017
  4. Volkskrant 4 oktober 2014