holheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hol met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord holheid holheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

holheid v [1]

  1. (figuurlijk) inhoudsloos zijn
    • De stemming van trieste vulgariteit, de holheid van de glamour, is wat Atlantic City juist voor sommigen zo aantrekkelijk maakt. Toch is er weer een nieuwe poging om het meer chic te maken met de opening begin juli van een nieuw Hotel /Casino/Spa, de `Borgata'. Kosten noch moeite werden gespaard (ruim1 miljard dollar): zo werd de jonge modester Zac Posen ingehuurd voor het ontwerpen van de zeer sexy, maar classy kostuumpjes voor de bediensters. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 31 juli 2003
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be