hoektand
Uiterlijk
- hoek·tand
- samenstelling van hoek en tand [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoektand | hoektanden |
| verkleinwoord | hoektandje | hoektandjes |
de hoektand m
- (anatomie), (tandheelkunde) de tanden die naast de vier centrale snijtanden is gelegen en heeft in de internationale tandnummering als eenheid 3
- Bij veel dieren zijn de hoektanden uitgegroeid tot slagtanden.
- Het woord hoektand staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hoektand" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Tandheelkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %