herwerken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herwerken
herwerkte
herwerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

herwerken

  1. iets opnieuw doen, iets overdoen
    • Ik moest mijn opstel volledig herwerken; het zat helemaal niet logisch in mekaar. 

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.