herwerkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·werkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van herwerken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
herwerken

herwerkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herwerken
    • Jij herwerkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herwerken
    • Hij herwerkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van herwerken
    • Herwerkt! 
  4. voltooid deelwoord van herwerken

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.