herfsttij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] herfsttij
Uitspraak
Woordafbreking
  • herfst·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord herfsttij herfsttijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herfsttij o

  1. de tijd van de herfst wanneer de bladeren verkleuren en van de bomen vallen
    • Ook in de beeldende kunst is het herfsttij een dankbaar onderwerp. HP/De Tijd grasduinde door de omvangrijke collectie van het Rijksmuseum en selecteerde de mooiste werken rond het thema 'herfst'. [2] 
  2. (figuurlijk) een laatste tijd van bloei waarna het verval gaat intreden
    • Het is meestal de oorsprong van het nieuwe, wat onze geest in het verleden zoekt, schreef de historicus J. Huizinga op 31 januari 1919 in het voorbericht van zijn ”Herfsttij der Middeleeuwen”. Maar daarmee doen we volgens hem de geschiedenis geen recht. [3] 
  3. (figuurlijk) de laatste tijd van het leven
Synoniemen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. herfsttij op website: Etymologiebank.nl
  2. HP de Tijd 21/09 | 2015 Geplaatst in de volgende categorieën: CULTUUR Geschreven door:Nick Muller In beeld: herfst in het Rijksmuseum
  3. Reformatorisch Dagblad Rudy Ligtenberg 28-01-2019 Honderd jaar Herfsttij der Middeleeuwen