Naar inhoud springen

hengelen

Uit WikiWoordenboek
  • hen·ge·len
  • Afgeleid van hengel met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hengelen
hengelde
gehengeld
zwak -d volledig

hengelen

  1. inergatief (visserij) vis trachten te vangen met een haak aan een lijn die geleid wordt op een lange stok
    • Zij hengelden voornamelijk op baars. 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be