hardleers

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hard·leers
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hardleers hardleerser hardleerst
verbogen hardleerse hardleersere hardleerste

Bijvoeglijk naamwoord

hardleers [2]

  1. niet bereid om ergens lering uit te trekken
    Als puber is hij een stuk hardleerser geworden.
Afgeleide begrippen
Antoniemen


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal