goedleers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·leers
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen goedleers
verbogen goedleerse
partitief goedleers

Bijvoeglijk naamwoord

goedleers [1]

  1. goed kunnende leren
Verwante begrippen
Antoniemen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

goedleers

  1. partitief van de stellende trap van goedleers
    • Dat is iets goedleers...