handlanger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·lan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van hand en de stam van langen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord handlanger handlangers
verkleinwoord handlangertje handlangertjes

Zelfstandig naamwoord

handlanger m

  1. iemand die een ander persoon helpt bij kwade praktijken
    Ik zou als ik jou was maar bekennen dat jij het was, want je handlanger praat honderduit over de misdaad.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.