handlanger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·lan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van hand en de stam van langen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord handlanger handlangers
verkleinwoord handlangertje handlangertjes

Zelfstandig naamwoord

handlanger m

  1. iemand die een ander persoon helpt bij kwade praktijken
    Ik zou als ik jou was maar bekennen dat jij het was, want je handlanger praat honderduit over de misdaad.