haaientand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haai·en·tand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haaientand haaientanden
verkleinwoord haaientandje haaientandjes

Zelfstandig naamwoord

haaientand m

  1. de tand van een haai
    • Haaientanden vallen regelmatig uit en worden dan vervangen. 
  2. een driehoekig teken aangebracht op het wegdek nabij een kruising dat aangeeft dat er voorrang verleend dient te worden
    • Hij had de haaientanden niet gezien. 

Meer informatie

Gangbaarheid