gummiknuppel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gummiknuppel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gum·mi·knup·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gummiknuppel gummiknuppels
verkleinwoord gummiknuppeltje gummiknuppeltjes

Zelfstandig naamwoord

gummiknuppel m

  1. een handwapen van hard rubber, veelal gebruikt door de politie bij oproer e.d.
    • De Occupy-aanhangers kregen opeens slaag met de gummiknuppel. 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid