grom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grom
enkelvoud meervoud
naamwoord grom grommen
verkleinwoord grommetje grommetjes

Zelfstandig naamwoord

grom m [1]

  1. grommend geluid, meestal geen teken van tevredenheid [2]
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
grommen

grom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grommen
    Ik grom.
  2. gebiedende wijs van grommen
    Grom!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grommen
    Grom je?
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal