griller

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

griller

  1. roosteren
  2. (spreektaal) doorzien, betrappen
    «Ils se sont fait griller par les keufs.»
    Ze hebben zich laten pakken door de smerissen. [1]
  3. (spreektaal) stikken van de hitte
    «On grille dans cet appart!»
    Het is stikheet in deze flat! [1]
  4. (spreektaal) (een sigaret) aansteken
    «J'ai grillé une clope et j'ai foutu le camp.»
    Ik stak een peuk aan en ging er vandoor. [1]
  5. (spreektaal) passeren, inhalen
    «Vise la nana qui grille tout le monde avec sa caisse!»
    Kijk eens naar die griet die iedereen inhaalt met haar bak! [1]

Verwijzingen