gommen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gom·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gommen
gomde
gegomd
zwak -d volledig

Werkwoord

gommen

  1. overgankelijk iets geschrevens met een vlakgom bewerken
    • Dat kun je niet goed gommen omdat het met inkt geschreven is. 

Zelfstandig naamwoord

gommen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gom

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.