gomde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gom·de

Werkwoord

vervoeging van
gommen

gomde

  1. enkelvoud verleden tijd van gommen
    • Ik gomde. 
    • Jij gomde. 
    • Hij, zij, het gomde.