leergierig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leer·gie·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van de stam van leren en gier met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leergierig leergieriger leergierigst
verbogen leergierige leergierigere leergierigste
partitief leergierigs leergierigers -

Bijvoeglijk naamwoord

leergierig

  1. het verlangen koesterend te leren
    • Er zijn altijd wel een paar leergierige leerlingen in een klas, maar ook die dat bepaaldelijk niet zijn. 
    • Dit soort dingen vertelde hij aan Kleine Woord, in wie hij, behalve een goed zoon, ook een leergierig opvolger vond. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 15
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
leergierig leergierige leergieriger leergierigste

Bijvoeglijk naamwoord

leergierig

  1. leergierig