glunderend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glun·de·rend

Werkwoord

vervoeging van: glunderen
verbogen vorm: glunderende

glunderend

  1. onvoltooid deelwoord van glunderen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen glunderend glunderender glunderendst
verbogen glunderende glunderendere glunderendste
partitief glunderends glunderenders -

Bijvoeglijk naamwoord

glunderend

  1. van een persoon dat hij geluidloos lacht omdat hij heel blij is
    • De beloning: „Glunderende gezichten. Helemaal toen we Enter weer binnenkwamen en de muziekvereniging een serenade bracht. Daar doe je het allemaal voor.” [1] 
    • Tot haar grote verrassing zag ze glunderende familieleden en vrienden staan in de rijkelijk versierde kamer. En Aziz? Die ging op zijn knieën en vroeg haar ten huwelijk: Nadat ze van de schrik was bekomen, zei de verbijsterde Chaimae: ,,Ja, ik wil’’. [2] 
    • Of de laatste foto op Schiphol met vier glunderende gezichten. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen