glucose

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glu·co·se
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘druivensuiker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1865 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord glucose -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

glucose v/m

  1. (scheikunde) druivensuiker (met formule C6H12O6)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen