Naar inhoud springen

gloeien

Uit WikiWoordenboek
  • gloei·en
  • In de betekenis van ‘door verhitting stralen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gloeien
gloeide
gegloeid
zwak -d volledig

gloeien

  1. (metallurgie) het verhitten en langzame afkoelen van metaal
  2. (natuurkunde) dat licht geven van materiaal wanneer het een zeer hoge temperatuur bereikt
     Het shagje lag na te gloeien op de klinkers.[2]
  3. (figuurlijk) verhit zijn door (emotionele) opwinding
     Wat is dit? Mijn lichaam begint te gloeien en ik strijk langs mijn voorhoofd.[3]
     Ik begin te gloeien en realiseer me nu pas dat ik in de koffer ben gedoken met een man van wie ik nog niet eens de achternaam ken.[3]


99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]