gitaarles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gi·taar·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gitaarles gitaarlessen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gitaarles v / m [1]

  1. (muziek) les in het bespelen van de gitaar

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen