gietgat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • giet·gat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gietgat gietgaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gietgat o [1]

  1. opening onderaan een smeltoven waardoor het vloeibare metaal kan wegstromen
     De ervaren monteur was bezig met de vervanging van een hydraulische vijzel aan de machine die dient om het gietgat van de hoogoven af te sluiten.[2]
  2. opening bovenaan een gietvorm waardoor men het vloeibare metaal kan laten instromen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Dodelijk ongeval op site hoogoven B in Ougrée” (07/06/2007), De Standaard