gewaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·waand
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gewaand
verbogen gewaande
partitief gewaands

Bijvoeglijk naamwoord

gewaand [1]

  1. ten onrechte voor iets gehouden wordend

Werkwoord

vervoeging van
wanen

gewaand

  1. voltooid deelwoord van wanen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen