geschokt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schokt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschokt geschokter geschoktst
verbogen geschokte geschoktere geschoktste
partitief geschokts geschokters -

Bijvoeglijk naamwoord

geschokt

  1. heftig pijnlijk ontroerd
    • Het geschokte meisje moest heftig huilen toen ze hoorde dat haar lievelingshond was overreden. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van: schokken…
verbogen vorm: geschokte

geschokt

  1. voltooid deelwoord van schokken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be