geschokt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schokt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschokt geschokter geschoktst
verbogen geschokte geschoktere geschoktste
partitief geschokts geschokters -

Bijvoeglijk naamwoord

geschokt

  1. heftig pijnlijk ontroerd
    • Het geschokte meisje moest heftig huilen toen ze hoorde dat haar lievelingshond was overreden. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
schokken

geschokt

  1. voltooid deelwoord van schokken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.