geruzie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ru·zie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geruzie geruzies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geruzie o

  1. het onafgebroken ruziën

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.