gerundivum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·run·di·vum
enkelvoud meervoud
naamwoord gerundivum gerundiva
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gerundivum o

  1. (grammatica) de bijvoeglijk gebruikte vorm van de infinitief.

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.

Meer informatie