gereken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·re·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gereken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gereken o [1]

  1. aanhoudend of voortdurend cijferen
    • Na zeven wedstrijden in de Formido Swiftklasse eindigde Rijssenaar Peter Schreurs zondagmiddag in het algemeen klassement op de tweede plaats na Bart van Os. Na veel gereken blijkt Marcel van de Maat net niet genoeg punten te hebben voor een podiumplaats in het algemeen klassement. Hij werd vierde. [2] 
    • Na veel gereken met de laatst bekende kortingspercentages die het rijk oplegt, is Twente uitgekomen op een tariefkorting van 19 procent voor de zorg die onder de wet WMO valt en 10 procent voor het over te nemen gedeelte van de Jeugdzorg. Dat is minder dan eerder verwachte kortingen, die voor de WMO tot wel 25 procent opliepen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Verwijzingen