gerechtelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rech·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gerechtelijk gerechtelijker gerechtelijkst
verbogen gerechtelijke gerechtelijkere gerechtelijkste
partitief gerechtelijks gerechtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

gerechtelijk

  1. door degeen die uitmaakt wie er volgens de wet gelijk heeft, uitgevoerd door het gerecht
    Hij had het boek geleend uit de bibliotheek van het Huis van Bewaring in Utrecht, waar hij, verdacht van doodslag op zijn hospita, al bijna zes maanden had gewacht op de uitslag van het gerechtelijk vooronderzoek.[2]
  2. van degeen die uitmaakt wie er volgens de wet gelijk heeft, betrekking hebbend op of behorend tot het gerecht
    Een baljuw kon als gerechtelijk ambtenaar in een bepaald rechtsgebied optreden als vertegenwoordiger van de landsheer.[3]
  3. bij degeen die uitmaakt wie er volgens de wet gelijk heeft, voor het gerecht
    Hierop vertrekt Gauvain richting Escavalon, om daar de aanklacht in een gerechtelijk duel te weerleggen.[4]

Bijvoeglijk naamwoord

gerechtelijk

  1. (verouderd) rechtvaardig, rechtmatig, terecht
    Maar neemt men het (…) voor een zeil, gebruikelijk toe het oprechten van tenten en paveljoenen; zo heet het gerechtelijk wand, om de zelfde reden, waarom wy in de eerste plaatse zeiden, dat ook een muur of houten schot dien naam draagt.[5]
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Werkman, H. "‘Beumer & Co.’ en Beumer & Co" in: Liter. jrg. 11 nr. 49 (2008) Boekencentrum Uitgevers, Zoetermeer; p. 32; geraadpleegd 2016-04-29
  3. Verkruijsse, P.J. "Inleiding" in: ‘Dien langen Duyvel van Nieukoop’. Twee pamfletten uit 1651 over baljuw Jan van Sevenhoven. 2e druk (2004) Uitgeverij Bert Post, Noorden; hfst. 7; geraadpleegd 2016-04-29
  4. Zemel, R. "Perceval en geen einde" in: Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek jrg. 16 (1996) Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam; ISBN 9072365496; p. 10; geraadpleegd 2016-04-29
  5. Huydecoper, B. (eds. F. van Lelyveld & N. Hinlopen) Proeve van taal- en dichtkunde, in vrijmoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde Herscheppingen van Ovidius. deel 3 2e druk (1788) A. en J. Honkoop, Leiden; p. 348; geraadpleegd 2016-04-29