geologe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geo·lo·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geologe geologes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geologe v

  1. (beroep) vrouwelijke beoefenaar van de aardwetenschappen
  2. een vrouw die aardwetenschappen heeft gestudeerd
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen