gelijklopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelijklopen
liep gelijk
gelijkgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

gelijklopen

  1. nooit een onderling verschil in tijd vertonen
    • Voor ons onderzoek is het niet erg als de klokken niet de juiste tijd aanwijzen, zolang ze maar gelijklopen. 
  2. de juiste tijd aangeven
    • Het horloge liep ook na een aantal jaren nog precies gelijk. 

Gangbaarheid