Naar inhoud springen

gekleed

Uit WikiWoordenboek
  • ge·kleed
  • vervoeging van kleden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt
vervoeging van: kleden…
verbogen vorm: geklede

gekleed

  1. voltooid deelwoord van kleden
  2. vormt de voltooide tijden
    • De toeschouwers hadden zich goed gekleed op het slechte weer. 
    • Veel aanwezigen hadden zich gekleed in het oranje. 
  3. vormt de lijdende vorm
    • De figuranten worden gekleed en geschminkt voor de generale repetitie. 
  4. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    • Iedereen was mooi en passend gekleed. 
    • Ze was in het wit gekleed. 
     Ze is alweer helemaal gekleed in haar wandeloutfit.[1]
  5. attributief gebruikt
    • Op tv is een Italiaanse show met schaars geklede vrouwen. 
     Even plotseling als ze waren vertrokken, kwamen de vaders weer thuis, in stoeten taxi’s, met gigantische weekendtassen en nog steeds gekleed in hun oranje survival suits en van het ene moment op het andere moesten we allemaal stil zijn, want onze vaders moesten ontspannen en bijkomen.[2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gekleedgekledergekleedst
verbogen gekledegeklederegekleedste
partitief gekleedsgekleders-

gekleed [3]

  1. netjes, als voorgeschreven
  • Hij is op zijn Paasbest gekleed
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be