gegroeid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·groeid
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
groeien

gegroeid

  1. voltooid deelwoord van groeien
stellend
onverbogen gegroeid
verbogen gegroeide
partitief gegroeids

Bijvoeglijk naamwoord

gegroeid

  1. groter wordend
    • De gegroeid stad had geen mogelijkheden om verder de groeien. 
    • 'Het kind was groter gegroeid' is een duidelijk voorbeeld van een pleonasme. 

Gangbaarheid