gedecideerdheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·de·ci·deerd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedecideerdheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gedecideerdheid v[1]

  1. beslistheid
    • Met grote gedecideerdheid nam de direkteur zijn besluit: 100 man zou ontslagen worden. 

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal