gedaantewisseling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·daan·te·wis·se·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedaantewisseling gedaantewisselingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gedaantewisseling v [1]

  1. drastische verandering in uiterlijk of karakter
     Ook na rust waarin de thuisclub via Tom Beugelsdijk nog wel op 1-2 komt en het in de slotfase nog even spannend is, blijft Sparta tamelijk moeiteloos op de been. Beter kan de gedaantewisseling van die ooit zo terughoudende Rotterdamse club getypeerd worden.[2]
     In 2001 onderging hij een drastische gedaantewisseling door veertig kilo af te vallen. Hij wilde niet langer de dikke man zijn met de waaier, en de pakken van Hedi Slimani die hij zo graag wilde dragen, waren nu eenmaal gemaakte voor dunne mannen.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Dennis van Bergen “Sparta pakt ook ADO en beleeft onwerkelijke tijden” (17-08-2019), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron Alexandra Besuijen “Love him or hate him, Karl Lagerfeld was frappant” (20/02/2019), HP de Tijd