gazpacho

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

gazpacho
Uitspraak
Woordafbreking
  • gaz·pa·cho
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Spaans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gazpacho gazpacho's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gazpacho m

  1. een koude uit Spanje afkomstige soep van rauwe groenten en kruiden, meestal met tomaat, en in de originele versie beslist zonder vlees of bouillon
    • Stipt om 15.30 uur staat de vrachtwagen vrijdagmiddag voor de deur. Vanuit de laadklep worden 48 kratten met afgekeurde tomaten het pand ingehesen. Daar staat het al vol met wachtenden. "Ik geef zaterdag een etentje, dus toen ik de oproep op Facebook zag, dacht ik: handig, dan ga ik gazpacho maken," zegt Laura Smits (32). [2] 
    • Geheel diervriendelijk is de gazpacho aan de overzijde. Normaal gesproken een koude soep op basis van rauwe groenten, maar Diner stak de Spaanse trots in een eigen(wijs) jasje. Zo wordt de soep niet opgelepeld, maar geprikt. Mijn tafelpartner zet haar vork in een tartaar van paprika, rozemarijn, basilicum, tomaat en een gelei van komkommer. [3] 
    • Op dagen dat hij wel open was, probeerde hij of hij gerechten kon serveren die waren aangepast aan de weersomstandigheden. En dus kwam hij met een ijskoude Spaanse gazpacho en experimenteerde hij met tzatziki en andere verkoelende schotels. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen