Naar inhoud springen

gazon

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Chazon
  • ga·zon
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onderhouden grasveld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1780 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gazon gazons
verkleinwoord gazonnetje gazonnetjes

hetgazono

  1. onderhouden, kort gemaaid grasveld bij een huis
    • Een gazon kan ingezaaid worden of er kunnen graszoden gelegd worden. 
     Hij hield ervan om het gazon te maaien.[2]
     Wanneer ze weer in de keuken komt, zegt ze: 'Ik wil me nergens mee bemoeien, Bank, maar het kon me niet echt ontgaan dat het te koop-bord van het gazon is gehaald.[3]
     Ik reed achter hem aan langs gladgeschoren gazons en ijskraampjes, tot we aan het eind van de weg bij een huis aankwamen met een mooi gazon ervoor.[2]
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]