ganzenmars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

zwanen in ganzenmars
Uitspraak
Woordafbreking
  • gan·zen·mars
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ganzenmars ganzenmarsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ganzenmars v/m

  1. in een rij achter elkaar aanlopen
    • Drie eendenkuikens in ganzenmars hebben donderdag het verkeer op de autosnelweg bij het Oostenrijkse Salzburg platgelegd. Een patrouille van de verkeerspolitie zag de diertjes op de linker rijstrook richting Wenen waggelen. Daarop werd het verkeer stil gelegd. [1] 
    • Maar rijden in een ganzenmars zoals gisteren op de A28 is toch méér dan alleen een adaptieve cruisecontrol, aldus Hedström. „Op het moment dat de voorste vrachtwagen remt, doen de tweede en de derde dat ook, op hetzelfde moment. En dat is extra ten opzichte van een slimme cruisecontrol. [2] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 19-06-2008 Eendenkuikens leggen autosnelweg plat
  2. Reformatorisch Dagblad Evert Barten 09-02-2015 Trucks in ganzenpas: da’s voordelig (met fotoserie)