galmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gal·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
galmen
galmde
gegalmd
zwak -d volledig

Werkwoord

galmen

  1. inergatief langdurig naklinken
    • Het geluid van een alpenhoorn galmde door het dal. 
  2. overgankelijk op overdreven trage wijze iets zingen
    • De behoudende gemeente galmde luidkeels een psalm in de oude berijming. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

galmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord galm

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.