gagel
Uiterlijk

- ga·gel
- van Middelnederlands gagel [1] [2] [3] [4]
- [1] in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 1212 [5]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gagel | gagels |
| verkleinwoord | - | - |
de gagel m
- (bloemplanten) bepaald soort heester met gele katjes, Myrica gale

het gagel o
- [2] verhemelte
- Het woord gagel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gagel" herkend door:
| 44 % | van de Nederlanders; |
| 32 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- [1] gagel op Wikidata

- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ gagel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ gagel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "gagel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 44 %
- Prevalentie Vlaanderen 32 %